Foto:

Prikangst

Zoals elke dag is onze agenda gevuld met een verscheidenheid aan afspraken. Denk aan zieke dieren, plaatsen van een chip, controle na een behandeling en jonge dieren, maar ook vaccinaties.

Zo kwam ook Joyce met haar jonge hond. Een enthousiaste Heidelwachtelreu van negen weken op het spreekuur. Joyce staat bekend als een kritisch persoon die haar mening niet onder stoelen of banken schuift. Eigenlijk is zij alleen maar gekomen omdat de fokker had geadviseerd om de pup even door een dierenarts te laten controleren.


Vol trots laat ze mij haar pup zien en vertelt trots dat hij, Jop (ja met een P), al bijna zindelijk is. Nadat ik Jop heb onderworpen aan een standaard lichamelijk onderzoek, waarbij ik heb mogen constateren dat hij compleet gezond is, is ze benieuwd naar mijn mening over het wel of niet gaan vaccineren van haar hond.

Zie de prik voor hond Jop als een soort boosterprik

Ik begin mijn verhaal met de voors van vaccinatie. Ik geef aan dat voor mij het belangrijkste argument is dat de kans dat dieren ziek worden zeer veel kleiner wordt. ‘’Maar waarom adviseer je dan om Jop nu nog twee keer te laten vaccineren?’’, vraagt Joyce. ‘’Nou’’, begin ik mijn betoog, ‘’zie de prik voor Jop als een soort van boosterprik. Toen Jop geboren werd heeft hij via de eerste moedermelk een verscheidenheid aan antilichamen binnengekregen, maar die verliezen hun effectiviteit na een aantal weken. Om dan het risico op ziek worden te verkleinen als die antilichamen uitgewerkt zijn, adviseren we te gaan vaccineren vanaf zes weken leeftijd.’’

‘’Op dat moment krijgen bij ons de pups, mits ze gezond zijn, hun eerste vaccinatie. Daarna, op een leeftijd van negen en twaalf weken adviseren wij dit nogmaals. Met deze drie prikken wordt het lichaam van de hond geprikkeld om verschillende antistoffen tegen virussen en bacteriën aan te gaan maken.’’
Joyce geeft aan dat ze snapt wat ik probeer uit te leggen. Op de vraag of ze wil dat Jop nu ook wordt ingeënt, hij is immers negen weken oud én gezond, krijgt ze een beetje een rood hoofd. Schoorvoetend geeft ze toe dat zij zelf bang is voor naalden. Bij de prikken tegen het coronavirus was ze ook flauwgevallen, voegt ze er aan toe.

Om haar uit haar enigszins benarde positie te helpen, geef ik vlug aan dat ik anders best even Jop met een collega kan vaccineren. Zij kan dan even op de gang of in de wachtkamer wachten. Ik zie haar opluchten en ze geeft aan dat ze dat wel prettig vindt. Ze wil immers haar nieuwe beste vriend natuurlijk zo goed mogelijk beschermen.
Zo gezegd zo gedaan.
Na nog een laatste koekje verlaat Jop mijn spreekkamer, zonder een kik te hebben gegeven op de prik. Tot over drie weken.

Jetse Bakker is dierenarts bij Mediscent Huisdierenkliniek in Enschede

Column Jetse Bakker

Meer berichten