
De toekomst van onze speeltuinen onzeker?
ColumnOok nieuwsgierig naar hoe Enschede denkt over bepaalde zaken? André le Loux en Evert den Boef ook! Zij dagen u uit om over onderwerpen na te denken en uw mening te geven. De reacties worden in de volgende Huis aan Huis Enschede gedeeld. Stuur uw reactie van maximaal 200 woorden (onder vermelding van naam) naar demeningvanenschede@dwfmedia.nl voor dinsdag. De redactie behoudt zich het recht voor om reacties niet te publiceren.
Speeltuinen onder druk, straks Alifa 2.0 in de wijk?
Hoe ziet de toekomst van de speeltuinen in Enschede eruit? Blijven het plekken waar kinderen kunnen rennen, klimmen en glijden? Of veranderen ze langzaam in “buurthuizen in de buitenlucht”, waar ook volwassenen sporten, koffiedrinken of zorg krijgen?
De gemeente denkt daar serieus over na. Vanaf 2028 kan de subsidie voor de Stichting Enschedese Speeltuinen (SES) misschien wel gehalveerd worden. Tegelijkertijd zijn veel speeltoestellen versleten. Voor 2027 zouden er al bijna 300 toestellen weg moeten, omdat ze niet meer veilig zijn. Maar geld om nieuwe te kopen? Dat is er nauwelijks.
Wat dan? Moeten er speeltuinen verdwijnen? Wordt er misschien zelfs grond verkocht voor huizenbouw? En wat betekent dat voor de buurten waar kinderen straks geen glijbaan of schommel meer hebben?
Of is het zo dat de speeltuinen meer multifunctioneel gebruikt gaan worden?
Daar komt nog iets bij: binnen de SES zelf klinkt ook kritiek! De bestuurders zouden niet altijd goed kunnen communiceren en vrijwilligers voelen dat ze soms niet serieus worden genomen. Daarbij komt dat een aantal wijkspeeltuinen zegt dat ze te weinig te zeggen hebben in beslissingen. Herkennen de inwoners dit? En moet de organisatie misschien anders ingericht worden? Moet de SES ook de hand in eigen boezem steken?
De vraag is dus wat we willen met onze speeltuinen. Moeten ze gewoon speeltuin blijven, vooral voor kinderen, of is het juist goed als er ook plek komt voor ouderen, bewegen en zorg?
Er zijn speeltuinen waar heel veel andere activiteiten zijn en anderen waar dat niet zo is. Moet daar niet meer op ingezet worden?
Een speeltuin is toch meer dan een glijbaan of een schommel. Het is een plek waar je buren ontmoet, waar kinderen vrienden maken en waar een buurt tot leven komt.
Zangverenigingen, kaartclubs, hobbyclubs, repair cafés en nog veel meer activiteiten vinden plaats bij de speeltuinen. De Zonnebloem maakt gebruik van de accommodaties; het worden steeds meer wijkaccommodaties met daarbij een speeltuin. En moeten we de jeugd niet meer aan het spelen krijgen? Ja, toch? Een én-én zou toch meer voor de hand liggen?
En wat doen we als er echt speeltuinen verdwijnen? Dan verdwijnen niet alleen de speeltoestellen, maar ook de accommodaties van al die verenigingen. Wat vinden we daarvan? Hoe voorkomen we dat SES een soort “Alifa 2.0” wordt: een plan vol mooie woorden, maar waar in de praktijk vooral speeltoestellen verdwijnen? Wat vindt u?
Wat betekent de toekomst van de Enschedese speeltuinen voor úw wijk? Lees, denk mee en reageer.
Reacties: Medewerkers in spagaat?
Op de conciërgerie vaak genoeg in een spagaat gelegen. Toch is het bijna 17 jaar goed gegaan
Mary Bösing
Tja, was het maar zo gemakkelijk. Niet iedereen heeft de mogelijkheid en de financiën om juist te reageren, maar mensen die een klokkenluider op non-actief zetten, moeten eens bij zichzelf te rade gaan, of worden zij ook weer aangestuurd door crimineel gedrag van hun meerderen? Duidelijk is wel dat geld en macht nog steeds een jammerlijk grote rol spelen
Henk Vogelzang
Wat een bijzonder onderwerp snijdt u aan! Naar mijn mening vraagt u eigenlijk (oud) medewerkers van de overheid een boekje open te doen over hun werk als ‘adviseur’ van het college en B&W e/o andere overheidsorganisaties. Zittende ambtenaren zullen vermoedelijk niet doen… het kan ze opbreken! En als oud-ambtenaar kan ik zeggen: breek me de bek niet open.
Ik heb als secretaris Ombudscommissie jarenlang klachten behandeld van burgers tegen de gemeente. De Ombudscommissie bracht het advies uit, waarbij ik als ambtenaar dat advies mede ondertekende; het advies werd uitgebracht op basis van een rapport van bevindingen (feiten, hoorzittingen en jurisprudentie). De Ombudscommissie bestond uit onafhankelijke burgers van Enschede. Er zijn gedurende die jaren meerdere aan het college en de raad niet-welgevallige adviezen uitgebracht. Die commissieleden bleven uit beeld, konden niet aangesproken worden, maar ik als ambtenaar wel. En dat is ook gebeurd. “Matennaaier” is eigenlijk wel de vervelendste opmerking geweest die ik naar mijn hoofd kreeg. Mijn antwoord: als je je werk goed had gedaan, was er geen klacht ingediend. Overigens: er zijn weinig adviezen van de Ombudscommissie ruimhartig opgevolgd als ze al opgevolgd werden.
Toen ik een andere functie had, had ik te maken met een commissie van deskundigen die advies moest uitbrengen over een aangelegenheid. Dat was min of meer een ‘bindend’ advies en uitsluitend goed en uitgebreid gemotiveerd (die motivering was dan van mijn hand soms in overleg met een collega) kon er door het college van af geweken worden. Het besluit dat door het college genomen moest worden was (rekening houdend met de privacy) openbaar, dwz het mocht gepubliceerd worden.
Op een gegeven moment is een besluit genomen dat volledig afweek van mijn voorstel aan het college (het bedrag waar het over ging was werkelijk een stuk hoger en zeker niet te motiveren) en waar het stempel op kwam: niet publicabel. Daarvoor was een collegelid verantwoordelijk, naar de rest van het college stemde ‘gewoon’ in.
Ik heb het allemaal aangehoord en ben naar de gemeentesecretaris gestapt met passeren van chef en clustermanager/afdelingshoofd met mijn klacht: waarom nog een commissie van deskundigen uitnodigen om een advies uit te brengen tegen betaling van een flink bedrag, waarom mijn inspanningen en waarom niet direct de aanvraag voorleggen aan de wethouder die, mede afhankelijk of hij die aanvrager wel of niet kende/mocht, een bedrag uit de hoge hoed toverde…
Toen had ik heel veel mensen tegen mij! Een andere hoge ambtenaar, vergelijkbaar met de gemeentesecretaris, noemde mij een “hardliner”, en anderen: een bitch, altijd tegendraads, altijd een grote bek, enz. Ik had mensen gepasseerd: directeur, clustermanger/ afdelingshoofd en chef. Er zijn veel mensen bij de zaak betrokken om ‘het op te lossen’ en ‘te regelen’, lees: de wethouder uit de wind te houden.
Voor mij persoonlijk heeft het uiteraard gevolgen gehad: in het functioneringsgesprek werd meegedeeld dat er ‘klachten’ over mij waren (de namen kreeg ik niet) en dat om die reden er geen salarisverhoging (schaal) kon volgen… ook later heeft het tegen mij gewerkt.
Mijn conclusie: het gaat je niet in de koude kleren zitten als je een misstand aan de orde stelt, maar er ging ook een waarschuwing naar het bestuur: niet iedereen houdt zijn/haar mond.
Tot slot: ik heb met groot genoegen bij de overheid gewerkt. Ik heb veel geleerd!
Deze zaak speelde jaren geleden, maar toen ik las over de toeslagenaffaire en de ambtenaar die dacht dat het niet klopte, had ik toch zo iets van: meisje had het maar in de openbaarheid gegooid! Had je nek maar uitgestoken.
Naam bekend bij de redactie
Reacties: Militaire oefeningen
In vroegere jaren van de dienstplicht was het een geregeld voorkomend beeld: colonnes met volbepakte soldaten met hun voertuigen, de MP’s met hun witte helmen en koppels, en in het weekend de NATRES-oefeningen. Het was geen probleem; het hoorde er gewoon bij en verstevigde het “veiligheidsgevoel”. Tegenwoordig is alles al snel een probleem of overlast, vooral als het in onze “achtertuin” plaatsvindt. Veiligheid is niet vanzelfsprekend en vrede vraagt om alert en paraat te zijn, met een goede uitrusting en goed geoefend te zijn. Dat was toen, is nu en blijft ook in de toekomst!
Ben Sanders
Veiligheid bovenaan, overlast komt er automatisch bij
Ronald Groothuis
Van beide wat
Sieb Rooelofs


















