
‘Met een eigen boot blijf je altijd bezig’
Human InterestENSCHEDE - Het havengebied van Enschede is het oudste en grootste bedrijventerrein van de stad. Het bestaat uit ruim 300 bedrijven en is goed voor zo’n 6000 arbeidsplaatsen. Maar er gebeurt van alles, waar veel Enschedeërs geen weet van hebben. In deze serie artikelen gaan Johan Koning en Hans Bouma op zoek naar de verhalen rond de haven en het Twentekanaal. En die zijn er genoeg.
In een vorige aflevering kon al kennisgemaakt worden met Bert Geels, schipper en eigenaar van de Allegro. Het schip waarmee de Enschedeër vanuit zijn woonplaats de wijde wereld intrekt. Dat schip ziet er piekfijn uit; en daar besteedt Geels ook veel aandacht aan. Het kán ook in de Enschedese jachthaven, want in tegenstelling tot veel havens hebben ze hier én een werf om te werken én een eigen, zelfgebouwde, kraan om de boten uit het water op de helling te lichten.
Dat lang niet iedereen gebruik maakt van die mogelijkheid om zijn of haar schip te onderhouden, blijkt ook in de haven. Er ligt een handvol schepen in het water dat al jaren geen meter meer heeft gevaren. En daar ook niet toe in staat zijn. “We zijn druk bezig om met de eigenaren ervan te overleggen. Ze moeten hun boten weghalen of flink gaan opknappen.” De vereniging maakt er werk van om eigenaren aan te sporen om iets met hun boot te doen. “Die en die,” wijst Geels op twee schuiten waar weinig leven meer in zit, “hebben er inmiddels afstand van gedaan.” De vereniging gaat ervoor zorgen dat ze waarschijnlijk op de schroothoop terechtkomen.
Terug naar de Allegro. Die ziet er meer dan piekfijn uit. Geels besteedde er menig uurtje aan. Kan ook, want hij is inmiddels jaren met pensioen. “Ik was één van de laatsten die met 61 nog met vroegpensioen konden.” Jarenlang was hij opzichter bij woningcorporatie Domein. De Vuurwerkramp is een zijstraat die onoverkomelijk is in dit geval. Zeker ook, omdat het een raakvlak heeft met zijn hobby. “Ik lag in Giethoorn met de boot, toen iemand van de jachthaven zei: ‘Moet je eens op de televisie kijken.’ Daarna belde ik heel snel naar mijn baas. Die zei: ‘Ik kan je niet vertellen wat hier gebeurd is.’ Je zag later die dag in Giethoorn de rook overtrekken!”
“Met de boot kon ik natuurlijk niet zo snel die kant op, dus ben ik de volgende morgen vroeg teruggegaan. Om een uur of tien stond ik op de flats op het rampgebied.”
Gelukkig zijn we hier voor fijnere dingen. Bert gaat op zijn schip zitten, op de praatstoel. “Mijn vorige boot was tien meter, deze is twaalf. Ik heb ‘m helemaal zelf opgeknapt en ben er nog steeds mee aan het werk. Een boot is nooit af, je blijft ermee bezig. Ik kan gelukkig alles zelf, heb daar geen hulp bij nodig. Het laswerk doe ik zelf, het plaatwerk, de motorinbouw en de koelsystemen. Dat maakt het nog een beetje betaalbaar, want als je het allemaal moet laten doen, dan wordt het moeilijk. Gelukkig kunnen we hier op de werf veel zelf doen. En de leden helpen elkaar ook met het bouwen aan hun schepen. Dat geeft een mooi clubgevoel.”
In de volgende aflevering vertelt Bert Geels nog meer over zijn boot. Tips voor verhalen over de Enschedese haven? johan@johankoning.nl.













