De vader van Jan Meijerink (links) met het personeel en zijn moeder (rechts) voor de winkel vóór het bombardement.
De vader van Jan Meijerink (links) met het personeel en zijn moeder (rechts) voor de winkel vóór het bombardement.

Heldenmoed redde Albert Heijn 75 jaar geleden

  Historie

Enschede - In de huiskamer van Jan Meijerink (76) hangt een blijk van waardering uit het verleden. De oorkonde is een herinnering aan het heldhaftige optreden van zijn vader tijdens het bombardement van 22 februari 1944. Samen met bediende Butterhof wist Meijerink senior te voorkomen dat het filiaal aan de Langestraat van 's lands bekendste kruidenier afbrandde. door Eric Heijink

De Britse en Amerikaanse luchtmacht begon die dag aan een grote operatie, waarmee ze een vernietigende slag wilden toebrengen aan de Duitse militaire luchtvaartindustrie. 789 Amerikaanse bommenwerpers stegen op in Engeland, waarvan 172 de vliegtuigindustrie bij Gotha in voormalig Oost-Duitsland als doel hadden. Tijdens het formeren kwam deze groep boven de Noordzee in slecht weer. Hierop kwam vanuit Engeland de opdracht om de missie af te breken. Toen de formatieleider dit bevel bevestigd kreeg, bevond de formatie zich al boven Duitsland. Hij besloot daarom een gelegenheidsdoel te kiezen. Iets wat in die tijd niet ongebruikelijk was.

Chaotische situatie

Wat volgde was een chaotische situatie: verschillende groepen van de uiteengevallen formatie kruisten elkaars pad wat gevaarlijke situaties opleverden. In plaats van doelen in Duitsland te kiezen kwamen de bommenwerpers boven het oosten van Nederland uit (zie kader). Vanuit de richting van Haaksbergen kwam die middag een groep van 34 Amerikaanse B-24 bommenwerpers aangevlogen. Ze wierpen een regen aan brandbommen uit. Door kleine explosies waaierden de brandbommen uiteen. Met name de wijken Pathmos, Veldwijk en Janninksbleek werden getroffen.

'Een bom op het bed'

Jan Meijerink was destijds 1 jaar oud en heeft geen herinneringen aan de oorlog. Piet Hofman was 8. Hij woonde destijds nét op het Pathmos. Hun huis aan de Hogelandsingel was bij het grote bombardement van 10 oktober 1943 verwoest. Van 22 februari 1944 herinnert Piet Hofman zich gekletter, glasgerinkel en lichtflitsen. "We schuilden in de keuken, tegen het granieten aanrecht aan. Ik moest het gas uit doen om brand te voorkomen. In de gang naast het huis brandde een fosforbom. Achter het huis brandde er een in de stenen kolenbak. Verder lag er een brandbom in de slaapkamer in bed, één in de hal onder de kapstok en eentje op zolder. Geen van deze drie zijn ontbrand. Bij de buren - oude mensen – in het aangrenzende huis, zijn er wel brandbommen ontbrand in de keuken, de woonkamer en op het dak. Moeder schepte zand in een emmer om het vuur te doven. Zo werden ook de branden in de keuken en de kamer geblust en werd ook ons huis gered."

Hofmans herinneringen geven een goed beeld hoe het er ook bij Meijerink aan toe moet zijn gegaan, toen de kruidenier de brandbommen, die op en om de Albert Heijn vielen, onschadelijk wist te maken.

Honderden doden

Naast Enschede werden ook Nijmegen, Arnhem en de omgeving van Deventer getroffen. In Nijmegen vielen die dag zo'n 800 burgerslachtoffers, in Arnhem 57 en in Enschede 40. De materiële schade in Enschede was groot. Zo'n duizend percelen werden verwoest.

Herdenking

Vrijdag 22 februari aanstaande is in de Bethelkerk aan de Jan Harm Boschstraat om 20u een herdenking van het bombardement. Daar zal een documentaire over het bombardement worden vertoond.

Meer berichten