Foto: Franklin Veldhuis

Bertspraak: De getuige is een goede vriend van die schuldenaar

  Column

Kennelijk heeft één van mijn lezers een probleem. Wat is er aan de hand? De lezer is opgeroepen om in een burgerlijk proces als getuige op te treden ten gunste van de eiser (dat is degene die een proces heeft aangespannen tegen iemand die kennelijk weigert te betalen, de schuldenaar dus). De eiser is de schuldeiser, iemand dus die meent dat hij nog geld heeft te vorderen.

Wat is het probleem? De opgeroepen getuige is een goede vriend van die schuldenaar. Ze wonen in dezelfde straat en gaan plezierig met elkaar om. En dat wil onze lezer graag zo houden.

Aangezien hij verder geen bijzonderheden vermeldt (waar gaat het precies om; hoe is die mogelijke schuld ontstaan; welke inhoud heeft de afspraak; staan er dingen op schrift, enzovoort) zal ik het antwoord algemeen houden.

Artikel 165 van ons Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (procesrecht) noemt de gevallen op waarin iemand zich kan onttrekken aan de verplichting om getuigenis af te leggen. We noemen dat het verschoningsrecht.

Het is misschien een tikkeltje saai. Ik zal proberen om in mijn eigen woorden de belangrijkste gevallen weer te geven. Gevallen dus waarin opgeroepen getuigen zich kunnen verschonen. Anders gezegd: wie kunnen zich beroepen op verschoningsrecht?

In de eerste plaats de echtgenoot/echtgenote en de vroegere echtgenoot/echtgenote alsmede de geregistreerde partner en de vroegere geregistreerde partner.

In de tweede plaats als het gaat om een bloed-of aanverwant van een partij (tot de tweede graad) of van de echtgenoot of geregistreerde partner van een partij. Dus als je zou moeten getuigen bijvoorbeeld tegen je echtgenoot/echtgenote of tegen je ex kun je je verschonen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld als je wordt opgeroepen om bijvoorbeeld tegen je broer te getuigen.

In de derde plaats kunnen getuigen zich verschonen als je tot geheimhouding verplicht bent vanwege je ambt of beroep indien hetgeen die getuige ooit iets is toevertrouwd in de uitoefening van dat ambt of beroep. Denk bijvoorbeeld aan een notaris aan wie een cliënt iets heeft toevertrouwd juist vanwege zijn notarisambt.

Tenslotte kan een getuige weigeren om te getuigen indien hij daardoor zichzelf of één van zijn bloed-of aanverwanten of zijn echtgenoot of zijn ex dan wel huidige of vroegere geregistreerde partner door zijn getuigenis blootstelt aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf. Dus niet als het gaat om een overtreding.

Nou, beste lezer, dit was het dan. Ik weet natuurlijk niet of die buurtgenoot van u in het rijtje past, dat ik zoëven heb opgenoemd. Als dat niet zo is, moet u naar waarheid getuigen! Sterkte.

In deze rubriek beantwoordt jurist Bert Jannink regelmatig vragen van lezers. Ook een vraag of wilt u reageren op dit stukje? Stuur een mail naar bertjannink@outlook.com

Meer berichten