Foto: Franklin Veldhuis

Bertspraak: Overmacht

  Column

Ben je als automobilist aansprakelijk wanneer je een kind van 10 jaar aanrijdt dat vanuit een uitrit zonder uit te kijken de straat oprijdt? Op het eerste gezicht zou je zeggen: Nee, dat kind had moeten uitkijken! Toch ligt de zaak juridisch veel gecompliceerder.

De feiten: een 10-jarig meisje woont met haar ouders aan een smalle weg, waar maximaal 80 gereden mag worden. De uitrit van het huis naar de weg is begroeid met bomen en struiken en belemmert een goed en vrij uitzicht op het verkeer op die weg. De automobilist woont 200 meter verderop aan diezelfde weg. Op het moment dat het kind de smalle weg oprijdt, wordt het geschept door de automobilist, die op dat moment 65 rijdt. Ik laat de gevolgen, die zeer ernstig waren voor het kind, hier even buiten beschouwing.

Omdat onze Wegenverkeersrecht bepaalt dat een automobilist, die een fietser of voetganger aanrijdt, in beginsel verantwoordelijk is. Art.31 bepaalt echter ook dat hierop een uitzondering is: namelijk als de automobilist op geen enkele manier de aanrijding valt te verwijten en de fietser zelf opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid kan worden verweten. En dus duidelijk eigen schuld heeft. De automobilist verweert zich dan ook door te stellen dat hem totaal niets valt te verwijten.

Uiteindelijk komt ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, eraan te pas, die door het steeds drukker wordende verkeer de positie van kinderen meer en meer beschermt. Fietsers en voetgangers zijn nu eenmaal de zwakkere deelnemers en dat geldt al helemaal als het jonge kinderen betreft. De fouten van zo'n kind komen voor rekening van de automobilist en leveren dus voor hem geen overmacht op.

Gezien de diverse uitritten aan die weg had de automobilist zijn rijgedrag moeten aanpassen (anticiperen noemen we dat).
De automobilist heeft dat aanpassen van zijn rijgedrag niet voldoende aannemelijk kunnen maken, zodat hij zich niet kon beroepen op overmacht. En de vraag of hij vanuit de verte dit kind al dan niet had kunnen waarnemen speelde geen enkele rol.

Maar was het dan geen aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind om zonder uit te kijken die weg op te fietsen? Van opzet is sprake als je willens en wetens met je volle verstand iets doet met de bedoeling schade te veroorzaken. En als je roekeloos bent, dan wil dat zeggen dat je je zodanig gedraagt dat het jou niets kan schelen of dit gedrag schade tot gevolg heeft. Als die roekeloosheid aan opzet grenst dan wil dat dus zeggen dat die onverschilligheid wat jou betreft best tot schade mag leiden.

Het zal duidelijk zijn dat bij een kind van 10 jaar van die bewuste bedoeling nooit sprake kan zijn geweest. Een kind van 10 jaar handelt vaak nog impulsief. Dus ook het verweer van de automobilist, dat er sprake was van aan opzet grenzende roekeloosheid, schoof de Hoge Raad terzijde.

In deze rubriek beantwoordt Bert Jannink regelmatig vragen van lezers. Ook een vraag of reageren op dit stukje? Stuur een mail naar: bertjannink@outlook.com

Meer berichten