Foto: Franklin Veldhuis

Column: Roekeloos gedrag

  Column

Een lezer schrijft mij dat hij zich kapot ergert als hij ergens leest dat de één of de andere hufter die met zijn auto zo'n beetje alle regels van het verkeersrecht overtreedt en daarbij bijvoorbeeld een fietser ernstig verwondt (of zelfs dood rijdt…) er met een lullig taakstraf( je) van af komt.

De lezer vraagt mij hoe ik daarover denk.

Ik begin met op te merken dat ik me zijn verontwaardiging ontzettend goed kan voorstellen, al weet ik niet precies wat hij onder 'lullig' verstaat. Gemakshalve leid ik zijn verontwaardiging maar af uit de verkleining van het woord taakstraf.
Maar goed. Het gaat in deze column natuurlijk niet om mijn persoonlijke mening. Van mij wordt immers terecht verwacht dat ik de kwestie juridisch duid en uitleg.

Om te beginnen wil ik vaststellen dat rechters hier niets aan kunnen doen. Rechters moeten rechtspreken en daarbij zijn ze verplicht om waar mogelijk de wet toe te passen. Letterlijk wel te verstaan, zeker als de wetstekst geen twijfel toelaat.

En dat nu is hier het geval: artikel 175 lid 2 van de Wegenverkeerswet, aangevuld door artikel 175 lid 3 van dezelfde wet.

Uit dit artikel blijkt heel duidelijk dat het begrip roekeloosheid slaat op de zwaarste vorm van schuld (heel anders dus dan wat we in het normale spraakgebruik daaronder verstaan: onberaden gedrag).

Wanner alleen mag de rechter het roekeloze gedrag aanmerken als de zwaarste vorm van schuld?
Antwoord: als de rechter in een concreet geval zodanige feiten en omstandigheden kan vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door die buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen jegens anderen…en (nu komt het) dat de verdachte zich daarvan bewust was, of op dat moment had moeten zijn.

Hallo, bent u er nog?

Het komt er dus op neer dat onvoorzichtig gedrag alleen niet voldoende is om te straffen.
Het moet tijdens de zitting zonneklaar zijn geworden dat de verdachte duidelijk de bedoeling had andere weggebruikers letsel of ernstiger toe te brengen. En die bedoeling moet helder uit de omstandigheden blijken.

De makke is hier natuurlijk dat als iemand bijvoorbeeld straalbezopen is of zich heeft volgepompt met verdovende middelen het voor een rechter ontzettend moeilijk is om die bedoeling door het geheel van omstandigheden en feiten helder aanwezig te zien.

Dat dit kan leiden tot onbevredigende vonnissen is duidelijk. Vandaar dat er tegenwoordig van alle kanten wordt aangedrongen op een wijziging van de Wegenverkeerswet. Om deze wet meer te laten aansluiten bij het rechtsgevoel.

Maar nogmaals: tot het zover is kunt u de rechter niet of nauwelijks iets kwalijk nemen: hij/zij moet de wet toepassen!

In deze rubriek beantwoordt jurist Bert Jannink regelmatig vragen van lezers. Ook een vraag of reageren op dit stukje? Stuur een mail naar: bertjannink@outlook.com

Meer berichten