Foto: PR

Bertspraak: Dodelijk ongeval door overstekend wild

  Column

Je rijdt op een autoweg waar 100 km per uur is toegestaan. De rijbaan van deze weg is 7 meter breed en aan weerszijden bevinden zich circa 5 meter brede bermen. Het is kort na zonsondergang. Met een gangetje van 80 km per uur rijd je goed rechts van de weg. Plotseling steekt met grote snelheid vlak voor je auto van links naar rechts een ree de weg over. Als reactie daarop wijk je bliksemsnel naar links uit, waardoor je op de linker weghelft terecht komt.

Een frontale botsing met een tegenligger is het gevolg. Jijzelf ernstig gewond, de bestuurder van de tegenligger overlijdt korte tijd later in het ziekenhuis. En met hem nog een andere passagier: een kind van 14 jaar. Ongeveer 90 meter voor de plek waar de ree de weg overstak, stond voor jou aan de rechterkant van de weg een bord met daarop 'overstekend wild'.

U begrijpt dat hier een rechtszaak van kwam. Een rechtszaak die uiteindelijk 7 jaar geduurd heeft, voordat een definitieve uitspraak door de Hoge Raad volgde.

De vraag waar het natuurlijk om ging luidde: had dat bord jou ertoe moeten aanzetten om nog langzamer te gaan rijden? Zo langzaam, dat je, gewezen op het gevaar van mogelijk overstekend wild, op ieder moment stil kon gaan staan? Zodat je geen gevaarlijke uitwijkmanoeuvre had hoeven te maken?

De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelden gelijkluidend: het bord verplichtte jou ertoe om je in te stellen op de mogelijkheid dat je plotseling vlak voor je auto zou kunnen worden geconfronteerd met overstekend wild. Kennelijk heb je dat niet gedaan, dus treft jou rechtens het verwijt dat je ten onrechte op de linker weghelft reed. Te wijten aan jouw rijgedrag.

De zaak werd voorgedragen aan de Hoge Raad met het verzoek om de vonnissen van Rechtbank en Gerechtshof te vernietigen. En dat lukte.

Jouw advocaat pleitte als volgt: jij verkeerde in een overmachtstoestand en mocht dat niet zo zijn geweest, dan trof jou in ieder geval geen schuld, omdat jouw gedrag moest worden gezien als een niet verwijtbare intuïtieve reactie op de ontstane noodsituatie: bord of geen bord. Immers: jij mocht op deze weg 100 km per uur rijden, terwijl je in werkelijkheid niet harder reed dan 80 km per uur. En volgens drie getuigen (een opperwachtmeester van de Rijkspolitie, een voormalig groepscommandant van de Rijkspolitie en een buschauffeur) was onder de gegeven omstandigheden een snelheid van 80 km per uur een aangepaste snelheid.

De Hoge Raad moest nu gaan afwegen: als je na het passeren van het bewuste bord inderdaad zo langzaam was gaan rijden dat je op ieder moment stil had kunnen staan, dan zou je andere weggebruikers in gevaar hebben gebracht. Immers je had dan ernstig rekening moeten houden met de mogelijkheid dat anderen hetzij helemaal niet zouden reageren, hetzij in verminderde mate zouden hebben gereageerd, waardoor een ernstige gevaar situatie in het leven zou zijn geroepen. Met andere woorden: jouw fatale reactie was in de gegeven omstandigheden helemaal niet onbegrijpelijk en dus was jij niet schuldig aan dat rijgedrag, zodat hier inderdaad sprake was van een error in extremis.

Ook een vraag voor jurist Bert Jannink? Stuur een mail naar: bertjannink@outlook.com

Meer berichten