bert jannink buurtbemiddeling
bert jannink buurtbemiddeling (Foto: Franklin Veldhuis)

Column Bertspraak: Vrolijk kerstfeest?

  Column

In een rechtstaat (Nederland) komt een buitenlands kind binnen. Een kind van een jaar of 10. En dat kind komt binnen, omdat het door zijn moeder uit Angola is afgestoten.

In deze rechtstaat wordt dat kind liefdevol opgenomen door een pleeggezin. Het kind gaat naar school, wordt lid van allerlei clubjes, leert de taal en is na enige tijd volledig opgenomen in de cultuur en in de mores van die rechtstaat. Het kind maakt vrienden, gedraagt zich zeer sociaal en wordt op allerlei mogelijke manieren door de burgers van die rechtstaat geaccepteerd.

Die rechtstaat laat deze ontwikkeling ruim 8 jaar zijn gang gaan. Zelfs zo, dat na enige jaren de pleegouders via de rechterlijke macht van die rechtstaat de voogdij verkrijgen over dat kind. En dan wordt dat kind 18 jaar. Volgens de regels van die rechtstaat volwassen, meerderjarig, handelingsbekwaam.

Je zou zo zeggen: Prima toch. Zo'n op deze wijze opgegroeid en opgevoed kind moet toch een verrijking zijn voor de samenleving van die rechtstaat?

Dat mag dan zo zijn maar de overheid van die rechtstaat zegt dat dit kind terug moet naar zijn land van herkomst. En de minister beroept zich op die regelgeving. En die zegt dat een ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en geen verblijfsvergunning heeft, jegens het bestuur geen aanspraak kan maken op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen (met uitzondering van onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen en rechtsbijstand).

Zo'n persoon kan wel een (voorwaardelijke) verblijfsvergunning krijgen. Echter die verblijfsvergunning kan alleen worden verkregen als gedwongen terugkeer naar het land van herkomst van 'bijzondere hardheid' voor de vreemdeling zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. (art.12b Vreemdelingenwet).

Of in gewoon Nederlands: een verblijfsvergunning kun je krijgen als er bijvoorbeeld een klemmende reden van humanitaire aard is om zo'n vergunning af te geven. En daar de moeder in Angola leeft en dus dat kind daar kan opvangen, is er volgens die rechtstaat geen klemmende reden van humanitaire aard om het kind (intussen meerderjarig en niet beter wetend dan verder te leven binnen de cultuur, normen en waarden van die rechtstaat) toe te staan hier in die rechtstaat te blijven.

En waarom niet? Misschien om politieke redenen? Hoezo politieke redenen? Eén van de betekenissen van politiek is toch het geheel van beginselen en regelen volgens welke een staat wordt of moet worden geregeerd. Moet je dan zo regeren dat na jaren van gedogen een pas meerderjarig geworden persoon terug moet naar een volkomen ander land met een volkomen andere cultuur en taal? En ook: wat moet dat voor die pleegouders zijn? Na jaren van liefdevolle opvang en verzorging?

Kan de minister van zo'n rechtstaat volhouden dat hij geen gebruik kan maken van zijn bevoegdheid om naar eigen inzicht, discretie, kiesheid en het besef dat zekere dingen gewoonweg niet kunnen te handelen? Discretionaire bevoegdheid heet dat.

Het is gewoon maar een vraag: hoe is dat mogelijk?

In deze rubriek gaat Bert Jannink regelmatig in op juridische kwesties. Wilt u reageren of heeft u een vraag? Stuur een mail naar: bertjannink@outlook.com

Meer berichten