Guido Gosselink in actie bij het Rutbeek. (Foto: Marleen Stoel)
Guido Gosselink in actie bij het Rutbeek. (Foto: Marleen Stoel)

Laatste wedstrijd Guido Gosselink

Hij voltooide tweemaal de Iron Man op Hawaï, werd Nederlands kampioen op de lange afstand en tweede op het EK in Denemarken, maar de laatste wedstrijd voor Guido Gosselink was zondag de ‘eigen’ Rutbeektriatlon. “Voor mij een echte thuiswedstrijd’’, zegt Gosselink. “We trainen er regelmatig en bijna de hele club was er en dat is natuurlijk heel leuk.’’

(door Hans Assink)

Enschede – Guido Gosselink werd zondag in het zonnetje gezet door zijn club TCT, Triatlonclub Twente. Zijn laatste wedstrijd was een achtste triatlon: 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer hardlopen.
Gosselink finishte in 1 uur, 1 minuut 59. “Of het zwaar was? Op zich is een achtste prima te doen. Vijf kilometer lopen is nog te doen. Mijn knie heeft vooral last van het lopen. Je loopt de meeste spierbeschadiging op tijdens het lopen. Daarom moet je het lopen ook vaker trainen. Om je lichaam ertegen te wapenen’’, weet Gosselink, al zeven jaar de hoofdtrainer bij TCT en eerder ook voorzitter van de club.

De rechterknie protesteert bij het lopen, daarom is hij gestopt met wedstrijden. “Het lopen is verder weggezakt, dat merk je. Dat gaat zo geleidelijk aan. Op een gegeven moment komen er ergere problemen. Bij mij is dat de knie’’, zegt Gosselink, die een mooie zondag beleefde. “Ik heb niet zo veel wedstrijden gehad dit jaar. En als je eigen club een wedstrijd organiseert dan is dat heel leuk.’’

Topjaren

In zijn topjaren trainde hij zo’n 25 tot 30 uur per week. “Dan deed ik elk onderdeel vier tot vijf keer per week. Met krachttraining erbij. Dat was min of meer standaard. Vijftien trainingen per week was heel normaal. Zo’n 500 kilometer fietsen per week en 100 kilometer lopen heb ik wel eens gedaan. En af en toe een rustdag. De omvang is een kwaliteit. Dat is ook nodig om lange afstanden aan te kunnen. Maar het is niet zo moeilijk om veel te trainen. Het gaat erom dat je zoveel traint dat je er beter van wordt. Veel trainen is geen doel op zich. Het doel van trainen is in de wedstrijd beter voor de dag komen.’’

Trainingen geven, dat blijft Gosselink (50) doen. “We hebben een team van een stuk of tien trainers bij de club. We verdelen het over de trainingen heen. Op maandag, woensdag, vrijdag en zondagochtend hebben we zwemtrainingen. Op dinsdag hebben we fietstraining bij de Marssteden en op donderdag looptraining bij AC Tion. Een heleboel leden houden op zaterdag een duurritje op de fiets van een uurtje of drie - 90, 100 kilometer. Als we nou Almere hadden gehad dan gaat het aantal kilometers omhoog en wordt het uitgebouwd. Het blijft nu iets beperkter. Op de zondag doen de meesten een rustig duurloopje.’’

Gedoseerd trainen is het devies. “Maar je moet wel op de juiste inspanningen leveren op de juiste momenten. Dat is de puzzel die je elke keer moet zien op te lossen voor je lijf’’, zegt Gosselink. “Luisteren naar je lichaam? Ja, maar je moet soms ook durven zeggen van ik doe iets minder. Dat je dan bij de volgende training beter hersteld bent.’’

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden